Actueel

HomeActueelJongeren goed huisvesten, maar niet ten koste van vluchtelingen!

Jongeren goed huisvesten, maar niet ten koste van vluchtelingen!

“De wereld staat in brand, en het westen kijkt toe”. Zo kopte Trouw in oktober 2014. Het huisvesten van statushouders is zo’n thema waar we als gemeente niet over gaan, maar wel constant mee te maken hebben. De motie die voorligt is dan ook op het eerste gezicht een begrijpelijke, maar baart mijn fractie wel zorgen, zeker wanneer het gaat over het beeld van ‘de statushouder’. Niet asielzoekers: statushouders.

Ik heb recentelijk een jonge Iraniër, ik noem hem Armin, leren kennen die onmogelijk meer in zijn land kon blijven. Hij moest noodgedwongen zijn familie achterlaten. Hij heeft meermaals onder erbarmelijke omstandigheden een plekje proberen te vinden, omstandigheden die sinds vorige maand ook te zien zijn in in het spraakmakende programma ‘Rot op naar je eigen land’. Zo is hij in Nederland terecht gekomen. In Westland. In Kwintsheul. Hij woont hier nu enkele jaren en vindt het fantastisch hier te mogen wonen. Hij is intensief bezig zich de taal eigen te maken, vrienden te maken en een baan te krijgen, en met enig regelmaat heb ik een biertje met hem mogen drinken, waaronder ook in mijn favoriete stamkroeg.

Aan hem moest ik denken toen ik deze motie las. Ook hij is onderdeel van datzelfde beeld van ‘de vluchteling, de statushouder’ wat wij zouden moeten hebben. Een mens die zoekt naar een kans in de wereld, een kans om weer een bestaan op te kunnen bouwen, met zijn omgeving.

We hebben te maken met landelijke regelgeving, welke ook internationaal is afgestemd. Een hele zware taak, maar wel een taak die we met z’n allen op moeten pakken. Wanneer wij vluchtelingen, statushouders, die gewoon een verblijfsvergunning hebben, mogen weigeren, zullen andere gemeentes dezelfde argumenten noemen, namelijk dat er geen plek is op hun woningmarkt. Of dat de sociale cohesie daar wordt bedreigd. En wanneer wij als gemeente zeggen: “Prima hoor, die extra asielzoekers, maar not in my backyard”, dan zijn wij bezig met een inhumane behandeling van deze mensen die een kans zoeken in de wereld, en krijgen we een toename van vluchtelingen die tussen wal en schip terecht komen. Dat beeld is voor mijn fractie niet te verkroppen. Een motie die oproept om te proberen niet aan deze taakstelling te voldoen kunnen wij dan ook niet steunen.

Voor ons is het woord ‘ruimhartig’ meer op zijn plaats. Dit probleem speelt namelijk in heel Europa. In heel Nederland, ook in veel krimpgemeenten. Wel is het zo dat grotere gemeentes relatief meer statushouders dienen te huisvesten. De discussie die landelijk wordt gevoerd over het eventueel aanpassen van de verdeelsleutel voor huisvesting van statushouders volgt mijn fractie dan ook op de voet. Mijn fractie is benieuwd hoe het college hierover denkt, en of het college bereid is daar in samenwerking met omliggende gemeenten met de minister over in discussie te gaan.

In een RIA over de Westlandse huisvestingsverordening is al benoemd dat het huisvesten van statushouders los gezien moet worden van de discussie over de invulling van de huisvestingsverordening. Wel benoemt de voorliggende motie, en mijn fractie maakt zich daar zoals vele fracties uiteraard wel zorgen over, is de huisvesting van onze jonge Westlanders; de toekomst van ons Westland. Mijn fractie ziet graag zo veel mogelijk jongeren in ons Westland blijven. In de nieuwe verordening die as we speak door de raad in elkaar wordt gezet, hebben we de kans om jongeren en starters meer kansen te geven op de woningmarkt. Het CDA zal hier de komende tijd op inzetten. Ook zal goed bekeken moeten worden of er wellicht behoefte bestaat aan meer sociale huurwoningen. Het in samenspraak opzetten van een oplossing is wat mijn fractie betreft dan ook DE oplossing om die kansen te vergroten, maar “de wereld staat in brand” dus dat willen we absoluut niet doen door een groep hulpbehoevende mensen letterlijk en figuurlijk in de kou te laten staan en “toe te kijken”.

Comments

comments