Actueel

HomeActueelLijsttrekker aan het woord: interview met Karin Zwinkels

Lijsttrekker aan het woord: interview met Karin Zwinkels

Lijsttrekker Karin Zwinkels is voor veel Westlanders een bekend gezicht. Karin is alweer 4 jaar met volle overgave actief in de gemeenteraad. Ze is present op tal van bijeenkomsten, en momenteel schieten de verkiezingsborden met haar portret in de hele gemeente als paddestoelen uit de grond. Maar wie is Karin nu echt? Hoe staat Karin in het leven? En vanwaar die gedrevenheid? Dit alles is te lezen in het interview met Karin uit 2013 in de Groot Westland-rubriek “Op de pijp met…”

 


Op de pijp met… Karin Zwinkels

Even pauze. Even op de pijp. Bakkie doen, praatje maken. Met en over bijzondere Westlanders. Westlanders met een verhaal. Over Westlandse waarden, en over heden, verleden en toekomst. Deze keer praten we met: Karin Zwinkels

Tekst: Esdor van Elten
Karin Zwinkels-De Jong is een vrouw met passie en veel energie. Een passie die zich uit in een indrukwekkende hoeveelheid activiteiten. In haar werk als kleuterleidster in het speciaal basisonderwijs en gemeenteraadslid voor het CDA is ze veel met de toekomst bezig, die van ‘haar’ kinderen, én die van het Westland. “We moeten leren van het verleden, leven in het heden, en werken voor de toekomst.” Karin is getrouwd met Piet en heeft drie dochters en een zoon.

Je hebt een actief leven, als ik het zo hoor.

Ik heb inderdaad heel veel activiteiten. In mijn werk, in de politiek, in het sociale- en verenigingsleven. Maar dat past ook wel bij me. In dat opzicht ben ik echt wel een Westlandse. Ik gá ervoor.

Waar is het Westland liggen jouw wortels?

Ik ben geboren en getogen in Monster. Altijd daar gewoond en nog steeds. Geworteld in het Westland kun je wel zeggen. Mijn vader had had een tuinbouwbedrijf inde Geest, achter de duinen. Hij teelde van alles, peen onder plat glas, artisjokken, en natuurlijk tomaten, sla en chrysanten. Maar hij was ook één van de eersten die overging van de brede teelt naar de monoteelt. Mijn vader werd Pa-Radijs, de eerste radijsteler in het Westland. Hij dacht vooruit, specialiseerde zich. Echt pionierswerk. Ik ben trots op wat hij bereikt heeft.

Die overgang van brede naar gespecialiseerde teelt is overal doorgezet. Goede zaak?

Monoteelt maakt je als teler enerzijds kwetsbaar, maar economisch zijn er veel positieve kanten aan: je kunt effectiever investeren, en je bent tegelijkertijd ook genoodzaakt dat te doen. De bij-effecten zijn ook positief: je kunt je ontwikkelen tot specialist en je werk dus heel goed doen. Gespecialiseerde teelt is kennis-intensief, dat zag je toen jonge tuinders studieclubs oprichtten om beter met hun product om te gaan. En uiteindelijk ligt dat aan de basis van veel sterke kanten die we nu in het Westland hebben opgebouwd: kennis en innovatie. Daar kan het Westland wereldwijd iets betekenen, want waar wij hier op dit kleine stukje aarde mee bezig zijn, raakt problematiek waar de hele wereld mee kampt: voedselproductie, watertechniek en energie.

Dat klinkt mooi, maar je preekt hier als tuindersdochter en tuindersvrouw wellicht voor eigen parochie…

Natuurlijk ben ik diep verbonden met de tuinbouw. Maar wat ik zeg meen ik ook echt. Ik heb als raadslid tuinbouw in mijn portefeuille. Toen ik daarvoor werd gevraagd heb ik er heel bewust voor gekozen een breed platform samen te stellen om over de tuinbouw te praten, en zo te voorkomen dat ik dingen alleen vanuit één kant benader. Met de Glastuinbouwgroep die ik heb opgezet praten we met ondernemers, de politiek, deskundigen en opleidingen maandelijks bij over de tuinbouw. Daardoor heb ik wel een goed beeld van wat we op dat gebied doen en betekenen, en dat is zeker niet niks.

Toch wordt ook wel gezegd dat de tuinbouw uiteindelijk zal verdwijnen uit het Westland…

Ik denk dat dat niet gaat gebeuren, ik denk ook niet dat dat mag gebeuren. De welvaart het het welzijn van de mensen hier hangt er van af. Al die Westlanders die hier heel hard werken om hun boterham te verdienen. Het basisproces, voedsel produceren, moet een bepaald niveau houden, om zo het hele cluster te behouden. Want het gaat niet alleen om die tuinen, maar om zoveel dat daarbij hoort: logistiek, techniek, energievoorziening, allemaal hoogwaardige kennis en diensten. Kenniseconomie pur sang. Dat hangt direct samen met de tuinbouw. Haal die kern weg, en de rest is ook niet meer houdbaar, en dan verliest niet alleen het Westland, maar heel Nederland en zelfs de wereld iets belangrijks. Dus laten we er zuinig op zijn!

Een kennisintensief gebied heeft goed onderwijs nodig. Daar zet jij je ook voor in?

Zo zou je het kunnen zeggen. Wat mijn eigen schoolloopbaan betreft: ik heb op de Aloysiusschool en de Heilig Hartschool gezeten (tegenwoordig Het Kompas) en de St. Jozef MAVO. Beide in Monster. Daarna de opleiding kleuterleidster in Den Haag. Daarna vanaf mijn 19e aan het werk. Momenteel op SBO De Windroos in Naaldwijk. Ik ben altijd blij geweest dat ik deze keuze heb gemaakt. Het is geweldig om met jonge kinderen te werken. Ze staan nog zo onbevangen in de wereld, zijn zo spontaan, direct en eerlijk. Tegelijkertijd moet ik de manier van werken met jonge kinderen vaak wel verdedigen.

Verdedigen? Waarom?

De komst van de bassisschool heeft het kleuteronderwijs enigszins ondergesneeuwd. Kleuteronderwijs is geen veredelde kinderopvang. Het is een integraal deel van het onderwijs. Beter gezegd: het is voorbereiding op het formele onderwijs vanaf groep drie. Maar zonder de vaardigheden die wij de kinderen bijbrengen kunnen de kinderen dat formele onderwijs helemaal niet aan. Wij brengen hen motorische vaardigheden bij, helpen hen met auditieve en visuele waarneming én sociale vaardigheden. Allemaal dingen die ze nodig hebben om straks aan een tafeltje te leren. Dat doen we met onze eigen methoden, door hen op hún belevingsniveau aan te spreken. Door spelend te leren en gebruik te maken van hun vaardigheden en interesses op dit moment: beweeglijkheid, nieuwsgierigheid en willen leren, en openheid.

Dat klinkt doordacht genoeg, waarom wordt dat dan vaak niet serieus genomen?

Omdat het onderwijs is doordrenkt van methoden, toets- en examendrang. Vaak is de methode uitgangspunt, en niet het kind zelf. Wij die de opleiding kleuterleidster nog hebben gedaan hebben de leerlijnen in ons hoofd. We kunnen snel schakelen, improviseren en aanpassen. Ik krijg nu soms stagiaires die niet eens weten wat ze in een kring nu eigenlijk moeten doen. Die de didactiek van de kring niet meer kennen. Die niet meer kunnen observeren. Dat is ze allemaal niet aangeleerd. Alleen de methodes. Alles volgens een boekje.

En hoe zou jij dat willen veranderen?

Ik heb de werkgroep ‘Kleuters in de knel’ opgericht om daarover na te denken. Ik zou een veel nauwere samenwerking willen zien tussen het onderwijs, de wetenschap en de politiek. Daar moet veel meer wisselwerking tussen zijn. Veel van wat ik in de praktijk ontdek, blijkt gestaafd door wetenschappelijk onderzoek. Tegelijkertijd heeft de wetenschap behoefte aan input voor hun onderzoek. En de politiek kan daar zijn voordeel mee doen, maar moet het tegelijkertijd ook ondersteunen en faciliteren. Verder moet de kennisbasis van leerkrachten versterkt worden, zeker waar het het jonge kind betreft. Want nogmaals: in die fase moeten we ze belangrijke dingen leren: een goede werkhouding, concentratievermogen, impulsbeheersing en taakgerichtheid. Dingen die ze de rest van hun leven nodig hebben. Dus neem dat kleuteronderwijs serieus. Maar geef het tegelijkertijd haar eigen plaats en dynamiek: ga het niet ‘schoolser’ maken, maar haak aan aan het belevingsniveau van de kleuter.

Een druk leven. En erg op de toekomst gericht. Hou je ook nog tijd over voor jezelf?

Ik krijg enorm veel energie van wat ik allemaal in mijn werk, in de politiek, en in het verenigingsleven doe. Het past helemaal bij me. Mijn motto: leer van het verleden, leef in het heden, werk voor de toekomst. In dat eerste en laatste zijn wij Westlanders wel goed. Dat middenstuk vergeten we nog wel eens. Maar ik neem van tijd tot tijd ook wel de tijd om te genieten van de natuur, ons gezin, de familie en vrienden. Inderdaad: typisch Westlands: hard werken maar ook veel aandacht voor het sociale. Voor wat anderen nodig hebben. Dat is wat ons vaak kenmerkt, en daar ben ik trots op!

Comments

comments